
Bob Dylan biografie
Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman op 24 mei 1941 in Duluth, Minnesota (Verenigde Staten), wordt beschouwd als een van de grootste liedjesschrijvers van Amerika. Zijn oeuvre wordt op een lijn gesteld met dat van Stephen Foster, Irving Berlin, Woody Guthrie en Hank Williams, die deel uitmaken van het Amerikaanse culturele erfgoed. Dylans werk bestrijkt meer dan veertig jaar. Zijn muzikale en literaire faam waren van dien aard dat hij uitgroeide tot een welhaast filmisch en opstandig boegbeeld van de onrust in de Amerikaanse samenleving. De beweging voor de burgerrechten kende geen beter volkslied dan zijn song Blowin' in the Wind. Miljoenen jongeren omarmden The Times They Are A-Changin'. In het algemeen komt Dylan de verdienste toe het normale recept van doodsimpele teksten in de popmuziek te hebben verheven naar het onstuimige niveau van politiek-sociaal commentaar, dan wel naar een complexe weergave van een actueel levensgevoel. In beide gevallen introduceerde hij een rijke beeldspraak en een verwoording van een bewustzijnstroom, van gedachten en invallen, soms op absurdistisch-komische wijze. Dylans teksten onttrekken zich hierdoor veelal aan een eenvoudige omschrijving of uitleg. Polyinterpretabele teksten waren tot dan in de popmuziek een volslagen onbekende grootheid. Dylans songteksten en zeer eigen muziekopvatting hebben grote invloed gehad op de ontluikende bloei van de popmuziek in de jaren zestig. De lyrische vernieuwing gebeurde echter binnen Dylans onwrikbare toewijding aan de rijkere tradities van het Amerikaanse lied, van folk en country/blues tot rock'n'roll en rockabilly, tot aan Gallische balladen, zelfs jazz, swing en Broadway.
Het begin
Dylan werd geboren als Robert Allen Zimmerman in Duluth, Minnesota. Zijn vader, en diens ouders, waren in 1905 uit Odessa, Oekraïne, gevlucht voor de pogroms van de tsaar. Zij vestigden zich in Duluth. Zijn moeder kwam uit een vooraanstaande joodse familie uit Hibbing. Haar grootouders van moeders zijde waren Litouwse joden, die in 1902 emigreerden. Het gezin Zimmerman verhuisde toen Robert vijf jaar oud was naar Hibbing, een mijnstadje, honderd kilometer ten noordwesten van Duluth en 160 kilometer van de Canadese grens gelegen. Hier zou hij zijn vroegste jeugd doorbrengen. Hij luisterde vaak naar de radio, naar alle mogelijke muziekstations die vanuit de verre zuidelijke staten hun blues en country, en later in de jaren vijftig rock'n'roll, naar het noorden uitzonden. Bob stelde zijn eerste bandje samen op de middelbare school, The Golden Chords. Toen koos Zimmerman voor het pseudoniem Elston Gunn, en onder deze naam speelde hij enkele concerten mee als pianist van Bobby Vee. De school vond hij vervelend en soms deprimerend. Als goede student ving hij een universitaire studie aan in Minneapolis, september 1959. Hij koos letteren uit, met muziek als hoofdvak. Meteen zocht hij de plaatselijke Dinkytown op, en verkeerde in het gezelschap van folkmuzikanten. Hier introduceerde hij zich als Bob Dylan. Er is vaak verondersteld dat deze naam een eerbetoon was aan de Welshe dichter Dylan Thomas. Dylan heeft dit ontkend en zei dat hij zich vernoemd had naar een oom die Dillion heette (die echter nooit bestaan heeft). Hij vertelde: Ik heb het een en ander van Thomas gelezen, maar dat is toch weer anders dan wat ik doe. In zijn biografie Chronicles, Vol. One (2004) erkent Dylan het belang van Dylan Thomas voor zijn keuze van alias maar geeft hij geen bevestiging van een invloed of eerbetoon. Hij zegt alleen dat 'Dylan' klinkt als 'Allen', zijn tweede voornaam, ook de oorspronkelijke keuze voor een klinkende artiestennaam. Begin 1961 gaf hij zijn studie op en vertrok naar New York om zijn aan het ziekbed gekluisterde idool Woody Guthrie te bezoeken en voor hem te spelen. Hij trad voor weinig geld op in kleine gelegenheden, altijd met gitaar en een mondharmonica die als een kleerhanger om zijn nek hing. Weldra kende hij er muzikanten en andere artiesten. Hij trok van het ene naar het andere logeeradres en las daar wat hij van zijn gading kon vinden, en hij luisterde er naar hem onbekende muziekplaten. Op vrijdag 29 september 1961 verscheen er in de New York Times een lovende kritiek van criticus Robert Shelton, mét een foto van Dylan, een knipsel dat hij dol van trots aan iedereen liet zien. Dit artikel leidde er ook toe dat hij een contract bij Columbia Records kon tekenen. Hier kwam Dylan terecht onder de hoede van John Hammond, een zeer bekende jager van muziektalent. In die periode waren zijn stem, zijn beheersing van muziek en het schrijven van liedjes ruw ontwikkeld. Zijn energieke, eigenzinnige optreden, zoals zijn eerste Columbia-album,Bob Dylan (1962), bestond uit traditionele folk, blues en gospel, die hij met een paar eigen composities afwisselde, waaronder een 'Song to Woody'. In dat jaar nam hij voor Broadside - een folkmuziek-magazine dat zo nu en dan ook platen uitbracht - enkele liedjes op onder het pseudoniem Blind Boy Grunt.
Doorbraak
Tegen de tijd van zijn tweede lp, The Freewheelin' Bob Dylan (1963) begon hij als zanger en liedjesschrijver naam te maken. De nadruk kwam te liggen op protestsongs, aanvankelijk in de stijl van Guthrie, gaandeweg droeg hij in eigen stijl voor. Een kenmerkend liedje uit die tijd is Blowin'in the Wind, waarvan de melodie deels is overgenomen van het bestaande slavenlied No More Auction Block, met een tekst die vraagtekens zet achter de sociale en politieke status quo. Achteraf bezien klinken sommige van zijn teksten onbeholpen (How many times must the cannonballs fly before they are forever banned - Hoe vaak nog moeten de kanonskogels door het luchtruim vliegen voordat ze voor altijd worden uitgebannen), maar vergeleken met de populaire muziek van de jaren vijftig, die voornamelijk door bloedarmoede getekend was, zijn ze een ware verademing, het zijn liedjes die uitstekend passen in de tijdgeest van de jaren zestig. Blowin'in the Wind, werd overigens door vele anderen opgenomen en voor Peter, Paul en Mary was het een internationale hit. Dat schiep een precedent: vele andere artiesten namen voortaan liedjes van Dylan op in hun repertoire. Voor velen bleven temidden van de protestsongs op The Freewheelin' de mix van subtiele bitterzoete liefdesliedjes (Don't Think Twice, It's All Right, Girl From the North Country) en koddige, vaak surrealistische rap-blues (Talking World War III Blues, I Shall Be Free) onopgemerkt. Deze eclectiek zou het grootste deel van zijn carrière kenmerken. Joan Baez en Bob Dylan (1963)Ondanks zijn succes was de stem van Dylan lang niet voor iedereen aantrekkelijk. Veel van zijn materiaal bereikte het publiek dan ook door de vertolking van anderen. Joan Baez, een vriendin en bij tijd en wijle minnares, nam met liefde veel van zijn materiaal op, evenals The Byrds, Sonny en Cher, The Hollies, Manfred Mann en Herman's Hermits. Er verschenen zoveel covers midden jaren zestig, dat CBS hem van lieverlede begon te promoten met de slagzin: "Niemand zingt Dylan als Dylan". Wie ook maar iets van hem zong, het werd onmiddellijk herkend als van hem afkomstig. Dylans faam berustte op zijn literaire en melodieuze kunnen, deels echter doordat hij de status bereikt had van de popster die weet wat cool is en wat niet.
De keerzijde van het protest
Tegen 1963 was Dylan een prominente vertegenwoordiger van de burgerrechtenbeweging. Hij zong op bijeenkomsten zoals de Mars op Washington waar Martin Luther King jr. zijn historische speech 'I have a dream' hield. In het volgende album The Times They Are A-Changin' komt een uitgekiende, gepolitiseerde maar cynische Dylan aan het woord. De sober klinkende plaat, die de moord op een voorvechter van de burgerrechtenbeweging Medgar Evers en de wanhoop waarin de boeren en mijnwerkersstand als gevolg van eerdere crisissen waren gedompeld, tot onderwerp heeft (Ballad of Hollis Brown, North Country Blues), wordt opgelucht met een bijzonder (anti-)liefdesliedje Boots of Spanish Leather. The Lonesome Death of Hattie Caroll, een hoogtepunt van het album, beschrijft weer de moord op een dienstmeisje door een jonge aristocraat. Hoewel niet met name genoemd, laat de ballade er geen twijfel over bestaan dat de moordenaar blank is en het slachtoffer zwart. Op het einde van dat jaar voelde Dylan zich gemanipuleerd en in zijn vrijheid beperkt door de folk/protestbeweging. Tijdens de uitreiking van de Tom Paine Award die hem - vlak na de moord op John F. Kennedy - door de Emergency Civil Liberties Committee werd toegekend, verscheen een dronken Dylan. In een onsamenhangende dankwoord vroeg hij zich af wat nu eigenlijk de rol was van het comité; grappige opmerkingen die Dylan maakte over de ouderdom en de kaalheid van sommige daar aanwezigen ontlokten nog een bulderend gelach, maar dat ging later over in tumult toen hij vertelde dat hij wel iets van zichzelf herkende in Lee Harvey Oswald, de vermoedelijke moordenaar van de president. De boodschap was niettemin duidelijk, zowel van de kant van Dylan als van degene die hem uitjouwden: Dylan en de burgerrechtenbeweging waren bezig uit elkaar te gaan. Sommigen vonden dat de scheiding niet ideologisch bepaald was, maar eerder een gevolg van Dylans begrijpelijke weerzin om de titel "Stem van zijn generatie" te dragen. Of, zoals Dylan veel later stelde, de ceremoniemeester van zijn generatie. Daarom wellicht onvermijdelijk dat zijn volgende album, accuraat maar prozaïsch getiteld Another Side Of Bob Dylan (1964), lichter van toon is dan zijn voorganger. De surrealistische Dylan treedt opnieuw op in I Shall Be Free # 10 en Motorpsycho Nightmare, met een bepaalde humor die kenmerkend is voor zijn gehele loopbaan. Spanish Harlem Incident en To Ramona zijn aandoenlijke liefdesliedjes. Ballad in Plain D en I Don't Believe You daarentegen zijn rouwzangen om kapotgelopen liefdes; wellicht sloegen deze liedjes op de lange vriendschap met Suze Rotolo, degene met wie hij nog immer innig gearmd op de fotohoes staat van Freewheelin'. Muzikaal was Dylan zeker veranderd. Another Side is het eerste album waarop Dylan piano speelt (hoewel slechts op een nummer, Black Crow Blues). De maatvoering en de bas door zijn linkerhand kondigt reeds de terugkeer aan naar de rockmuziek het jaar daarop. Misschien van meer belang voor de latere ontwikkeling waren twee andere nummers. Chimes Of Freedom was de eerste van een nieuw soort Dylan-song: voor een popsong van lange duur en zeer impressionistisch van aard. Het lied behoudt weliswaar een element van sociaal commentaar, maar de actualiteit zoals we die kennen uit Dylans vroegere werk, is hier verdrongen door een verdicht metaforisch landschap, een stijl die later door Allen Ginsberg werd gekarakteriseerd als een 'keten van aan en uit flitsende beelden'. My Back Pages, in dezelfde stijl maar persoonlijker, bevat een vernietigende aanval op het zwart-wit denken, de eenvoud en de bloedige ernst van zijn eigen eerdere werk. Bij wijze van excuus, of zelfs verdediging, zingt Dylan: "I was so much older then/I'm younger than that now". Toen was ik zoveel ouder, nu ben ik toch veel jonger. Weinigen hebben de overgang in zijn werk van 1963 tot 1965 beter verbeeld. Dylans artistieke ontwikkeling verliep in deze periode zo heftig, dat critici en fans steeds een paar passen achterliepen. Bringing It All Back Home, dat in maart 1965 verscheen, is een volgende stilistische hink-stap-sprong. De eerste kant van de elpee lijkt zeker onder invloed door de artistieke strapatsen van The Beatles tot stand te zijn gekomen. The Beatles waren artistiek beïnvloed door Dylans muziek en teksten (John Lennon verklaarde dit later ook met zoveel woorden in interviews)en verder de rock en roll uit Dylans eigen jeugd. De lp bevat Dylans eerste originele uptempo rocksongs. De muziek is nu volop elektrisch en voor het eerst met sessiemuzikanten. Dylan kon deze nu betalen, iets waarnaar Bob al langer wilde. Er is alles voor te zeggen om in deze lp een nieuwe start te zien. Lyrisch bekeken vormen de liedjes typisch Dylan-materiaal: droog-geestig, een reeks van groteske, beeldsprakerige beschrijvingen. Het rap-achtige eerste nummer Subterranean Homesick Blues, enigszins schatplichtig aan Chuck Berry's Too Much Monkey Business, is te zien in het begin van D.A. Pennebakers Don't Look Back (en veel later op MTV). Deze overigens avant-gardistisch documentaire omvat een verslag van Dylans tournee door Europa in 1965. De film werd in de jaren zestig elk jaar opnieuw vertoond in bepaalde Nederlandse bioscopen (van Dylan werd in die jaren nooit iets op de tv vertoond). Enkele verzen zitten in het geheugen van een hele generatie:
Johnny's in the basement
Mixin'up the medicine
I'm on the pavement
Thinkin' 'bout the government
Net zo goed als:
Ah get born, keep warm
Short pants, romance, learn dance
Get dressed, get blessed
Try to be a success
Please her, please him, buy gifts
Don't steal, don't lift
Twenty years of schoolin'
And they put you on the day shift
Kant 2 is van een andere orde en bestaat uit vier lange akoestische liederen. De onconventionele, politieke, sociale dan wel persoonlijke inhoud is rijk opgetuigd met dichterlijke beeldtaal. Een van deze songs, Mr. Tambourine Man, bezorgde The Byrds, in hun eigen karakteristieke samenzang, een grote hit. Het is een van Dylans meest klassieke composities. In de zomer van dat jaar stookt Dylan het vuur rond zijn muzikale ontwikkeling hoog op, door tijdens het Newport Folk Festival op te treden met een band. Deze bestaat hoofdzakelijk uit leden van de Paul Butterfield Blues Band (Dylan trad al eerder twee keer op in Newport, in 1963 en 1964). Er bestaan twee uiteenlopende verslagen van de reactie van het publiek op dat pophistorische vermaarde optreden van Dylan in 1965. Een feit is dat Dylan een heksenketel van toejuichingen èn gescheld over zich heen kreeg toen hij het podium al na drie liedjes verliet. Het ene verhaal wil dat de scheldpartijen afkomstig waren van buiten zinnen geraakte folkfans; die voelden zich volkomen vervreemd van een Bob Dylan met een elektrische gitaar! Het andere verhaal luidt dat de fans gewoon genoeg hadden van de slechte geluidskwaliteit, en het korte optreden niet konden waarderen. Wat het ongenoegen van het publiek ook veroorzaakte, Dylan keerde spoedig terug naar het podium en zong twee veel beter ontvangen akoestische nummers. Maar het belang van deze gebeurtenis in Newport vestigde zich in het bewustzijn van de nieuwe rusteloze generatie. Bedachtzame akoestische muziek leek niet langer te bevredigen, zelfs niet traditiebewuste zangers als Dylan. De tijden waren veranderd, en in deze ongecontroleerde toestand leek slechts met elektrische power de juiste expressieve snaar geraakt te worden.
Creatief hoogtepunt, de val
De single Like A Rolling Stone was een hit in de Verenigde Staten (en een voor Nederland betrekkelijke hoge nummer 7), en bevestigde opnieuw Dylans reputatie als liedjesschrijver. Met een lengte van meer dan zes minuten overschreed de song de betamelijke grenzen van de tipparade van die tijd. Het kenmerkende, volle 'bandeloze' geluid en de simpele orgel riff zouden Bobs volgende album Highway 61 Revisited karakteriseren. De lp is een verwijzing naar de weg die van Dylans geboortegrond, Minnesota, rechtstreeks voert naar het muziekparadijs New Orleans; ook slaat de titel op talrijke bluessongs, onder andere Mississippi Fred McDowell's 61 Highway. De songs malen door dezelfde muzikale groeven als de hit, het zijn stuk voor stuk surrealistische litanieën à la grotesque, opgesierd door Bloomfields bluesgitaar en een vaste ritmesectie; en Dylans plezier tijdens de opnames is hoorbaar. De elektrische versterking en de beat van de blues-rock beheersen het album en allen die nog hoop hadden Dylan te mogen rekenen onder de "nieuwe folk"-categorie komen bedrogen uit. Het indrukwekkende lied Desolation Row ademt een sombere apocalyptische visie; het bevat tal van verwijzingen naar figuren uit de westerse cultuur. Om het album te promoten werd Dylan geboekt voor twee concerten in de VS, en begon hij een band samen te stellen. Bloomfield wilde de Butterfield Band niet verlaten, Dylan wist echter Al Kooper en Harvey Brooks, beide studiobegeleiders, te interesseren, en de leden van de kroegband Robbie Robertson en Levon Helm, van The Hawks, de begeleidingsband van Ronnie Hawkins. In augustus 1965 werd de groep in Forest Hill Auditorium door een behoorlijk deel van het publiek, ondanks Newport, uitgejouwd; de roep om de akoestische troubadour van de voorgaande jaren klonk opnieuw luid. Maar het optreden op 3 september in Hollywood Bowl kreeg toch weer een goed onthaal. Kooper en Brooks wilde niet vast met Dylan op tournee. Dylan slaagde er ook niet in om een favoriete begeleidingband, die van Johnny Rivers, met gitarist James Burton en drummer Mickey Jones, over te halen zijn gewone verplichtingen voor een poosje in de steek te laten. Dylan huurde toen voor zijn komende tournee de band van Ronnie Robertson en Levon Helm, The Hawks, in. Met hen voerde hij een aantal studiosessies uit, ook in een poging om een opvolger van Highway 61 Revisited op te nemen. Op 2 november 1965 huwde Bob Dylan in het geheim Sarah Lownds. Hun eerste kind was Jesse Byron Dylan, geboren 6 januari 1966. Dylan en Lownd kregen vier kinderen : Jesse, Anna, Samuel en Jakob (geboren 9 december 1969). Dylan adopteerde Sarah Lownds' eerste dochter Maria Lownds (geboren 21 oktober 1961) uit een eerder huwelijk. In de jaren negentig kreeg de jongste van het paar, Jakob Dylan, bekendheid als leadzanger van de band The Wallflowers. Jesse Dylan is filmregisseur en een erg succesvol zakenman. Dylan en Lownds scheidden in juli 1977, hoewel ze nog vele jaren lang contact zouden blijven houden, volgens sommige berichten tot op de dag van vandaag. Terwijl Dylan en The Hawks op de tournee een steeds welwillender publiek meemaakten, stagneerden de vorderingen in de studio. Op een suggestie van John Hammond bracht Bob Johnston Dylan naar Nashville voor plaatopnamen. Hij zou hier worden begeleid door de best studiomuzikanten van het land. Alleen Roberston en Kooper kwamen uit New York mee over, en speelden een meer bescheiden rol. De Nashville-muzikanten slaagden erin het "ijle kwikzilveren geluid", voort te brengen, zoals Dylan het later zou noemen, en een klassieke plaat die als een van de grootste uit de Amerikaanse populaire muziek wordt beschouwd, Blonde on Blonde (1966). Dylan ving vervolgens een ambitieuze "world tour" aan. Deze leidde de groep in het voorjaar van 1966 door Australië en Europa. Het stramien was dat het eerste deel van de avond akoestisch verloopt, daarna elektrisch rockgeweld. Er zijn 24 shows in totaal. Dylan slaapt weinig, gebruikt speed en is prikkelbaar. Rauw was de confrontatie met het publiek in de Manchester Free Trade Hall in Engeland. De opname van dit optreden, abusievelijk steeds het "Royal Albert Hall"-concert genoemd, werd officieel eerst in 1998 uitgebracht. Vlak voordat hij aan de laatste song wilde beginnen krijt een boze folkfan, die het niet kan accepteren dat Dylan met elektrisch versterkt geluid aan de gang is gegaan, hem uit voor "Judas", waarop Dylan zegt dat ie daar niks van gelooft en hem bovendien een leugenaar noemt. -"You're a liar!". Aan de band vraagt hij, "Play fuckin' loud!", en de band zet zo snoerhard de laatste song van die avond in, "Like a Rolling Stone", alsof de rockmuziek erin geheid moet worden. Dylan voelt zich al lange tijd gegijzeld door de vasthoudende folkfans, maar ook door de linkse studenten die hem een politieke leidersrol toedichten, en, na de burgerrechtenbeweging, hem nu het liefst vooraan zagen lopen in anti-Vietnamdemonstraties. De immense Amerikaanse Star en Stripes-vlag, opgehangen achter op het podium van een Parijse concertzaal, is duidelijk een van Dylans protestacties tegen de voortdurende, politieke aanspraken op zijn persoon. De vlag is de politieke, visuele, tegenhanger van het vocale protest "Play it fuckin' loud", tegen een muziekgezelschap dat hem bij zich wil houden. Maar hoe hard zijn protesten ook klinken of tonen, het dringt niet door; Dylan blijft de ongewilde held van zijn generatie, of, zoals hij later zelf zal opmerken: "de woordvoerder van een generatie". De protesten in zijn songs zijn in deze tijd allang niet meer maatschappelijk geïnspireerd, maar een vertolking van verknoeide liefdesrelaties, verraden verwachtingen, of een absurd levensgevoel. Dylan keerde na de tournee terug naar New York. De druk op hem blijft groot. Zijn uitgever dringt aan op het manuscript van de novelle/het gedicht Tarantula. Manager Albert Grosman heeft alvast een slopende concerttoer voor de duur van de zomer en de herfst gepland. In dit tempo dreigt Dylans privé-leven en professionele leven geheel uit de bocht te vliegen. Op 29 juni 1966 krijgt hij, na verschillende slapeloze nachten, een ongeluk met zijn motor, een Triumph 500. Wat de feitelijke toedracht was en wat hij precies mankeerde is onduidelijk. Dylan vertelt later in zijn Chronicles, volume 1 (2004), dat hij aan het jachtige bestaan van het sterdom wilde ontkomen: "Truth was that I wanted to get out of the rat race". Toen Dylan zijn creatieve werkzaamheden weer kon hervatten, begon hij aan de redactie van Eat the Document, een slechts weinig vertoonde opvolger van Don't Look Back, de documentaire die D.A. Pennebaker maakte van een vorige Dylan-tournee door Engeland. Belangrijker nog is dat hij weer muziek ging maken met The Hawks, door de buitenwereld inmiddels The Band genoemd, en wel in de kelder van hun nabijgelegen huis "Big Pink". In een zeer ontspannen sfeer in de zomer van 1967 werden een groot aantal liedjes opgenomen, die eerst op witte platen en pas veel later, in 1975 door Columbia, als The Basement Tapes uitgebracht werden. Het zijn oude en nieuwe songs, en ze klinken als een onwaarschijnlijke authentieke dwarsdoorsnede van de Amerikaanse muziekgeschiedenis; folksongs, hillbillies en blues. De teksten zijn dramatisch geladen, dan wel nemen deze een kolderieke en vrolijke wending. Niets van dit al openbaarde zich op de eerstvolgende officiële, weer in Nashville opgenomen en ouderwets vliegensvlug geproduceerde lp John Wesley Harding (1967). Deze plaat markeert echter een ommekeer in Dylans carrière. De plaat ademt rust uit, de liedjes en ballades hebben een beschouwelijk karakter. Dylan las het laatste jaar, levend binnen de veste van zijn gezin, veel in de Bijbel, en dat had zijn weerslag op de tekst. De structuur van de muziek was eenvoudig, en opnieuw met uitsluitend akoestische instrumenten. Sommige critici bespeurden een subtiel indirect protest van Dylans kant: tegen de immer psychedelische wordende popcultuur, die de muzikale vervolmaking zoekt door middel van een escalerend duizelingwekkend orkestratie en instrumentarium. Dylan hield dit voor gezien. Woody Guthrie stierf in oktober 1967. Dylan trad voor het eerst op in 18 maanden, ter gelegenheid van een paar concerten ter zijner nagedachtenis in januari 1968. In 1969 liet Dylan zich zien op het Isle-Of-Wight Festival; de artiest leek een metamorfose te hebben ondergaan, in een smetteloos wit pak en met getrimde haren gaf hij een korzelig optreden weg, het leek wel een protest tegen de flodderige wijze waarop de hippies zich uitdosten. Dan verscheen Nashville Skyline, april 1969, zeker als plaat even atypisch te noemen, het countrygenre past hoegenaamd niet in dit post-hippietijdperk. Hij zingt een duet met Johnny Cash. De plaat, voor het eerst een minder braanbrekende in zijn carrière is voor veel popliefhebbers meer een vloek in de kerk. Dylan lijkt met een ander -nasaal- stemgeluid aan te willen geven dat het gedaan is met de mythe Dylan; de magisch formulerende leider-met-boodschap voor de nieuwe generatie. Opnieuw verwarring bij weer een nieuwe generatie fans, die nog onder de indruk van een vorige Dylan verkeerden.
Meer klassiek werk, bekering
De vroege jaren 70 waren van de moeilijkste in Dylans carrière. Hij wilde een 'goede huisvader' zijn voor zijn vrouw en kinderen en was het hele gedoe rond zijn persoon meer dan beu, hoezeer hij de roem op zich overigens wel op prijs stelde. Verschillende keren moest hij verhuizen omdat hij telkens weer opgejaagd werd door fans. Bovendien kende hij grote problemen met zijn manager Albert Grossman. Deze streek vijftig procent op van elke plaat die Bob verkocht. Begin 1970 kwam Dylan op de proppen met de meest merkwaardige plaat uit zijn carrière. Self Portrait staat vol met covers en herwerkte versies van zijn eigen nummers. Er wordt beweerd dat de reden hiervoor in de eerste plaats was zijn manager dwars te zitten. Grossman kreeg enkel geld voor nummers geschreven door Dylan, dus aan deze plaat kon hij zo goed als geen cent verdienen. Hetzelfde jaar kwam Dylan met New Morning; een lp met hoogwaardige nummers. Door deze plaat geloofden zijn fans weer in hem. Het werd één van zijn best verkopende platen ooit, zeker ook doordat het publiek koopkrachtiger was dan ooit tevoren. In 1974 probeerde hij een echte comeback te forceren. Hij nam een plaat op met The Band en hij ging voor de eerste keer in acht jaar weer op een grote tournee. Planet Waves is een plaat vol goede nummers maar had toch niet zo veel succes als zijn voorgangers. De tour op zich was soms chaotisch maar toch zeer hoogstaand. Ondertussen ging het bergafwaarts met zijn huwelijk. De spanningen met Sara liepen hoog op en dit kon hij ook voor de buitenwereld niet langer verbergen. Hoogstwaarschijnlijk was Dylan zelf de grootste aanleiding voor alle problemen aangezien hij geregeld een slippertje maakte en naar het schijnt soms onuitstaanbaar was om mee samen te wonen. Toch deed de scheiding hem zeer veel pijn. Voor de fans en zijn muziek was dit eigenlijk net wat nodig was. Januari 1975 kwam hij met één van de sterkste platen uit zijn carrière: Blood On The Tracks. Op deze plaat legt hij bij moment zijn hart en ziel bloot. De hele plaat is een blauwdruk van zijn huwelijk en geeft een mix van emoties weer. In Shelter From The Storm vertelt hij over hun eerste ontmoetingen en in You're A Big Girl Now laat hij de indruk na dat hij zich neerlegt bij de situatie. In 1976 kwam hij uit met de opvolger: Desire. Deze plaat is weer helemaal anders dan zijn voorganger en vooral het nummer Sara springt hier in het oog. Het is een ode aan zijn vrouw en tegelijkertijd een soort van afscheid. Gedurende The Rolling Thunder Revue speelde hij het nummer enkele keren maar daarna durfde hij het niet meer aan te raken. Commercieel gezien is Desire de meest succesvolle LP van Dylan ooit en hij kan ook artistiek gezien als een van de hoogtepunten uit Dylans carrière worden beschouwd. Eind 1975 ging hij weer op tournee. Het moet wel de meest excentrieke tournee zijn uit de hele jaren 70. Dylan had de bedoeling om met een soort karavaan door de States te trekken en her en der kleine plaatsen aan te doen. Vele muzikanten gingen mee in zijn kielzog. De shows waren dan ook veel meer dan optredens van Bob Dylan. Joan Baez, Roger McGuin, T-Bone Burnett zijn slechts enkele van de namen die steevast met hem op het podium stonden. De shows duurden dikwijls tegen de vier uur en waren ronduit fantastisch te noemen. Enkele hoogtepunten zijn tegenwoordig verkrijgbaar op The Bootleg Series 5. Gedurende de tournee nam hij ook een nieuwe film op: Renaldo en Clara. Vreemd genoeg speelde hij hier de rol van Renaldo en de rol van Clara wordt gespeeld door... jawel zijn (ex-)vrouw Sara. Een centrale song in de tournee was Hurricane. Hiermee probeerde hij Rubin Carter - een bokser, die ten onrechte veroordeeld werd voor driedubbele moord - uit de gevangenis te krijgen. Hij organiseerde hiervoor twee benefietconcerten. Een reeks platen, uitgebracht eind de jaren zeventig, waren christelijk geïnspireerd; Dylan was een trouw aanhanger van Jezus geworden. De eerste plaat, Slow Train Coming, mag er muzikaal wezen; een geëmotioneerde Dylan telt nog altijd mee. Eind jaren '80 was Dylan met veel succes lid van de Traveling Wilburys, een samenwerking met George Harrison, Roy Orbison, Tom Petty en Jeff Lynne.
Vandaag
Dylans stemgeluid van het niveau you either love it or you hate it bracht vele critici ertoe te zeggen dat de slechtste vertolker van Dylan-songs Bob Dylan zelf is, anderen beschouwen hem als een van de beste zangers en fraseurs die de lichte muziek heeft gekend. Door zijn stijl en eindeloos repertoire heeft Dylan een grote schare trouwe fans aan zich gebonden. Tot op de dag van vandaag brengt Dylan hoogwaardig nieuw werk uit en geeft hij over de hele wereld concerten. Veel critici geven minpunten aan veel van zijn laatste platen, een minderheid van die laatste platen wordt toch ook nog goed, tot zelfs zeer goed, genoemd. Maar zijn stem kraakt aan alle kanten, Dylan is op leeftijd en dat wil hij niet verdoezelen.
Concert tickets
Bruce Springsteen E Street Tickets
De Vrienden van Amstel Live Tickets
Sport tickets
Musical tickets
Top Evenementen
- Madonna tickets
- Madonna fanclub actie Parijs
- Tina Turner Tickets
- Prince tickets
- Queen en Paul Rodgers tickets
- Michael Jackson tickets
- Marco Borsato tickets
- Andre Rieu Tickets
- Oasis concert tickets
- Nederlands elftal Tickets
- Celine Dion tickets
- Night of the Proms Tickets
- Disneyland Parijs
- Symphonica in Rosso tickets











